De minder mooie kant van de mode-industrie

Mode is een kracht, en daar moeten we rekening mee houden. Je kleren vertellen al een verhaal over wie je bent, nu kunnen ze een betere verhaal vertellen. Fashion Revolution schreeuwt het uit: de wereld heeft snel een moderevolutie nodig!

© Pieter van den Boogert
© Pieter van den Boogert

Een jaar geleden, op 24 april 2013 stortte in Bangladesh de acht verdieping hoge gebouw Rhana Plaza in. Meer dan duizend mensen kwamen om het leven en meer dan tweeduizend raakten gewond. De grootste ramp ooit in de textielindustrie. Na drie weken werd de zoektocht naar de vermiste lichamen al stopgezet. De dodenteller stond op 1.138, en 2.515 mensen waren zwaar gewond. Een record voor bedrijfsongevallen. ‘Dit is geen accident. Dit is moord. Daar is geen twijfel over’, zegt Jef Van Hecken, Wereldsolidariteit medewerker en getuige. ‘Ik stond er bij. Wat je daar ziet laat je niet meer los. Chaos van het wildste. Dan sta je daar als enige blanke. Het maakt me nog altijd kwaad omdat we dit hadden kunnen voorkomen. Voor de ramp waren er al meerdere mensen omgekomen in verschrikkelijke arbeidsomstandigheden. Je voelt je verantwoordelijk en je voelt je dan ook niet verantwoordelijk. Ik heb soms niet meer gedaan dan gewoon stilgestaan met de families. Soms was dat ook voldoende.’

© Pieter van den Boogert
© Pieter van den Boogert
© Pieter van den Boogert
© Pieter van den Boogert

Meer dan vijfduizend werknemers werkten er in onveilige arbeidsomstandigheden. De ochtend van de ramp weigerden vele arbeiders het gebouw in te gaan, maar ze werden met geweld naar binnen gedreven. De eigenaar van Rana Plaza had zelfs geen vergunning voor de uitbreiding van het pand. Dit had dus voorkomen kunnen worden. Hij zit nu in de gevangenis wachtend op zijn proces. De banken en winkels in het gebouw sloten die dag hun deuren maar de arbeiders waren verplicht om overuren te werken. ‘Dit was niet iets dat plots gebeurde en waarvan men geen weet van wist’, zegt Bengaals vakbondsman Sohrab Ali. ‘Er waren scheuren in de muren en vloeren gesignaleerd. Ondanks het grote gevaar gingen ze toch naar binnen. Indien ze niet wilden werken konden ze hun maandloon verliezen. Ze hebben hun leven geriskeerd voor 300 taka per uur. Dat is drie eurocent.’

Schone Kleren Campagne
Na de ramp ging het alarmbelletje ook internationaal rinkelen. De wereld was in shock. Terecht, want het westen stond schuldig aan een groot schandaal. Er zijn meer dan 5.400 textielfabrieken gevestigd in Bangladesh met meer van vier miljoen arbeiders die voor modehuizen als Primark en Mango kledij maken. ‘80% van die vier miljoen arbeiders in de textielindustrie zijn vrouwen. Meestal komen zij vanuit het platteland. De omstandigheden zijn niet om te lachen. Met een loon van een achturige dag komen ze niet toe. Ze werken zelfs op de vrijdag wat juist een rustdag is in Bangladesh. Ze durven niet te drinken of naar het toilet te gaan tijdens de werkuren omdat ze schrik hebben om ontslagen te worden. Dit is hun realiteit’, vertelt Jef Van Hecken. Maar genoeg is genoeg. Na 24 april stond de hele wereld in beweging om nieuwe maatregelen te nemen, want nooit mocht zoiets weer gebeuren. Hoe zit het dus nu met de overlevenden? Mogen we na een jaar van de ramp spreken over een moderevolutie of hebben we nog een lange weg te gaan?

© Karima El bajaj
© Karima El bajaj

Veiligheidsakkoord
Kort voor het incident werd het Veiligheidsakkoord “Fire and Building Safety Agreement” afgesloten met toen nog maar twee bedrijven; Tchibo en PVH. Het akkoord houdt in dat textielfabrieken in Bangladesh een veilige werkomgeving moeten hebben. Ook onafhankelijke veiligheidscontroles in fabrieken en publieke resultaten maken er deel van uit. Na de ramp ondertekenden meer dan 150 Westerse kledingmerken het akkoord, en namen hierdoor hun verantwoordelijkheid op voor de producties in die fabrieken. Maar dat is nog lang niet goed, want het Veiligheidsakkoord dekt maar de helft van de werknemers in de textielindustrie en er zijn veel westerse bedrijven die het akkoord nog niet ondertekend hebben.

‘Binnen dit Veiligheidsakkoord worden er initiatieven genomen om binnen de fabrieken veiligheid comités op te richten met de arbeiders zelf. Dit is een historisch akkoord omdat dit de allereerste keer is dat de kledingindustrie, die ook verantwoordelijk zijn voor deze rampen, mee willen werken. Maar er is nog heel wat werk aan de winkel. De inspecties zullen afgerond zijn tegen eind september 2014’, zegt Jef Van Hecken. ‘De inspecties worden uitgevoerd door internationale gerenoveerde diensten omdat men niet enkel op de Bengaalse expertise wil werken. Het is opvallend dat sinds Rana Plaza dankzij politieke partijen als vakbonden, consumentenorganisaties en NGO’s het akkoord er gekomen is.’

Wat is er veranderd?
Na de Rana Plaza ramp kwamen duizenden textielarbeiders voor het eerst in de geschiedenis op straat om te protesteren tegen de Bengalese regering. Zij eisten een hogere loon en rechtvaardigheid. Het minimumloon steeg met 77 procent, maar desondanks verdienen de arbeiders veel minder dan het bestaansminimum. De Westerse bedrijven die in Rana Plaza hun kleding lieten maken moeten een schadevergoeding van 40 miljoen euro betalen. De eerste betaling is gepland na 24 april. ‘Er is berekend dat van die 40 miljoen dollar maar 17 procent van in de pot is. Dat is een grote tekort. We moeten daarom blijven aandringen en de merken onder druk zetten om die fonds te vullen. En daar zijn we niet voor beschaamd. Grote merken als H&M en Carrefour nemen hun verantwoordelijkheid op dat vlak niet’, zegt Jef Van Hecken.

‘Die merken komen af met het excuus dat ze niet beschikken over de namen van de slachtoffers. Dat is grote onzin. Geef mij een maand en ik zorg voor zo’n lijst met de diegene die gehandicapt zijn voor hun leven, degene die vermist of dood zijn. Ik denk dat dit over een soort van uitstel manoeuvre gaat’, aldus vakbondsman Sohrab Ali.

Ook de nabestaanden en slachtoffers kunnen een aanvraag indienen voor een compensatie. De compensatie moet gebaseerd zijn op de loon dat niet kan verdiend worden omdat men slachtoffer is.

‘Als we hier een ongeluk meemaken dan is er meestal een verzekering die ons vergoed. Ongeacht wie in fout is. Dit soort systeem bestaat in Bangladesh niet. Niet iedereen heeft een schadevergoeding gekregen. En we eisen dat voor alle slachtoffers’, vertelt Jef. ‘Het heeft een jaar geduurd op 24 maart 2014 tegen dat de slachtoffers een claim konden invullen. Nu wordt er een regeling getrokken voor een compensatie van minimaal vijfhonderd euro. Dankzij Wereldsolidariteit hebben we de merken onder druk gezet om de slachtoffers te compenseren. Blame and shame om druk uit te oefenen. Dat is ook gevoelig voor die merken omdat het door de wereld gaat maar het moet.’

Fashion Revolution Day
De organisatoren van Fashion Revolution willen verandering brengen in de mode-industrie. Daarom zal elke jaar de Fashion Revolution Day plaatvinden op 24 april, dezelfde dag als de ramp in textielfabriek Raza Plaza. Hierop komen de mensen die onze kleren maken in de schijnwerpers te staan. Door je kleren binnenstebuiten te dragen maak je een statement om de slachtoffers van de ramp in Dhaka te steunen. Er worden ook kaarsjes gebrand om de slachtoffers te herdenken. Fashion Revolution hopen op deze manier mensen bewuster te maken van de herkomst van hun kledij. Wereldwijd zijn er 58 landen die meedoen aan de actie ‘Who Made Your Clothes’. 

© Karima El bajaj
© Karima El bajaj

Ook in België hebben we Fashion Revolution Day gevierd. Dankzij het Schone Kleren Campagne dat naar aanleiding van de ramp tot stand is gekomen konden wij op 24 april de slachtoffers op de Meir in Antwerpen herdenken. Honderden mensen verzamelden zich om elf voor de stille optocht. Er is ook een herdenkingsmonument van 1.138 kaarsen gemaakt om zo Belgische kledingwinkels aan te sporen om meer “schone kleren” in hun assortiment aan te nemen.

‘Met een simpel gebaar #insideout, willen wij u vragen; ‘Who Made Your Clothes’, deze actie zal mensen aanmoedigen om na te denken over de herkomst van hun kledij. Van de machinist die het naaide tot de landbouwer vanwaar het katoen komt’, vertelt Orsola de Castro, medeoprichtster van Fashion Revolution. ‘Op die manier kunnen, ontwerpers, modewinkels, katoen landbouwers, fabrieksarbeiders, de media, actievoerders, academici en eenieder die bekommert over wat ze dragen, samenkomen om de vraag naar meer transparantie te verhogen.’

Waarom een moderevolutie?
‘Het idee voor Fashion Revolution Day is bij me opgekomen in bad’, zegt oprichtster van Fashion Revolution, Cary Somers. ‘Ik zag hoe de Rana Plaza ramp kon fungeren als een katalysator, met de bewustwording rond etnische mode zou dit een begin voor echte verandering betekenen. Dankzij deze dag kunnen modeliefhebbers een connectie maken met de mensen die hun kleren maken.’ Fashion Revolution willen hier een wereldwijde feestdag van maken zodat alle landen hun bijdrage kunnen bijleveren.

‘Op dit moment zijn er meer dan 58 landen die meedoen, een enorme response voor het eerste jaar’, zegt Josie, persverantwoordelijke van Fashion Revolution. ‘Er zijn ook vele merken die actief meedoen aan het project. Modemerken van over de hele wereld tonen hun steun voor onze organisatie. De campagne zelf wordt geleidt door een team van ethische merken, NGO’s en experten uit de mode-industrie. Waaronder Carry Somers van Pachacuti en Orsola de Castro van From Somewhere.’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s